Vorig jaar gingen volgens recente cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) in Nederland in totaal 9.566 bedrijven failliet. De helft daarvan bestaat uit eenmanszaken en zzp'ers. Bij de rest draait het om vennootschappen. Samen lieten al deze brokkenpiloten in 2010 zo'n 4,3 miljard euro aan schuld achter. Hiervan bleef 3,9 miljard euro onbetaald.
Faillissements Fraude
In bijna een kwart van al deze faillissementen werden de schuldeisers zeker of waarschijnlijk benadeeld, aldus de statistici van het CBS. En dan gaat het dus om een fraude van bijna een miljard euro. Een fraude onderzoek is ingesteld.
Uit de CBS-cijfers kun je alleen maar concluderen dat er het afgelopen decennium steeds steviger gegraaid wordt uit failliete boedels: in het jaar 2000 liet de gemiddelde faillissementsfraudeur nog een schuld van een kleine drie ton na, dat was vorig jaar al rond de miljoen euro.
'Wij zien in onze onderzoeken de gretigheid en brutaliteit zeker toenemen', zegt Aart Bloemheuvel, ex-commissaris van politie. Met faillissementsfraude is het in Nederland volgens Bloemheuvel helemaal mis. 'Daar kom je in bijna alle gevallen gewoon mee weg', zegt hij. 'En het lijkt of de financiele crisis de fraudeurs brutaler heeft gemaakt. Het gaat vaak om grotere bedragen en gebeurt op een veel slimmere manier.'
Pijn bij faillissementesfraudeurs
Ook de Haagse curator Marc Udink constateert dat de pakkans voor faillissementsfraudeurs in Nederland nog steeds nagenoeg nihil is. 'Die laatste CBS-cijfers verbazen me niet', zegt hij. 'Er is de afgelopen jaren van alles beloofd, maar van al die politieke voornemens is tot nu toe nauwelijks iets terechtgekomen.'
Udink zou je een hardliner kunnen noemen. Zo'n curator die altijd doorbijt. ˜Geen enkele boedel is leeg', zegt hij. 'Je moet hem als curator alleen vaak zelf vol maken. En dat doe je dus door achter die mensen aan te gaan, beslag te leggen en te zorgen dat er geld terugkomt. Wanneer je ze een beetje pijn doet, komt er vaak heel veel terug.'
Het dossier faillissementsfraude wordt al jaren als een hete aardappel door Den Haag geschoven. Medio jaren negentig kreeg toenmalig minister Jorritsma al Kamervragen van de PvdA over transportbedrijven die sjoemelden met faillissementen. In 2004 stelde SP-Kamerlid Jan de Wit twee keer Kamervragen over faillissementsfraude, aan minister van Justitie Donner. ˜In een kwart van de faillissementen was destijds sprake van fraude', meldde De Wit later in deze krant. 'In 10 procent van die zaken werd aangifte gedaan en in slechts 2,5 procent kwam het tot vervolging. Het zijn alarmerende percentages en daarin is de afgelopen jaren zeker geen verbetering gekomen. Er is eenvoudigweg niets aan gebeurd.'
Vijf jaar later stond De Wit met nagenoeg hetzelfde vragenlijstje weer aan het bureau van een justitieminister, nu Ernst Hirsch Ballin. Die schrijft als antwoord: 'Er wordt geen specifieke capaciteit toegekend aan de bestrijding van faillissementsfraude.'
En dus kwam SP-Kamerlid Arda Gerkens er vorig jaar nog maar eens op terug. Nu weer bij minister Donner. Die kwam met een plan van aanpak, en een beroepsverbod voor sjoemelende bestuurders. 'Die zijn in de praktijk nauwelijks opgelegd', zegt Bloemheuvel. 'Bovendien komen beroepsfraudeurs er gewoon mee weg door katvangers in te schakelen.
En dus stond er vorig jaar maar weer eens een andere SP'er (Tweede Kamerlid Sharon Gesthuizen) aan het bureau van weer een andere Minister van Justitie (Ivo Opstelten) met het faillissementsfraudedossier.
Samen met medewerker Michiel van Nispen schreef ze een notitie over faillissementsfraude met daarin acht voorstellen. 'Daarop schreef Opstelten acht pagina's terug', zegt Van Nispen. 'En daarover is volgende week een debat.'
Mores
Gesthuizen erkent dat er in het verleden 'van alles beloofd werd, maar geen klap veranderde'. Waarom het haar dan nu wel gaat lukken? Zelf meent dat ze de tijd mee heeft. 'Er wordt nu toch wel anders tegen witteboordencriminelen aangekeken. Voorheen werd er altijd een beetje laks tegen opgetreden, het is immers geen moord of doodslag. Maar het denken over de mores bij zakenlieden is aan het veranderen.'
Uit de CBS-cijfers kun je alleen maar concluderen dat er het afgelopen decennium steeds steviger gegraaid wordt uit failliete boedels: in het jaar 2000 liet de gemiddelde faillissementsfraudeur nog een schuld van een kleine drie ton na, dat was vorig jaar al rond de miljoen euro.
'Wij zien in onze onderzoeken de gretigheid en brutaliteit zeker toenemen', zegt Aart Bloemheuvel, ex-commissaris van politie. Met faillissementsfraude is het in Nederland volgens Bloemheuvel helemaal mis. 'Daar kom je in bijna alle gevallen gewoon mee weg', zegt hij. 'En het lijkt of de financiele crisis de fraudeurs brutaler heeft gemaakt. Het gaat vaak om grotere bedragen en gebeurt op een veel slimmere manier.'
Pijn bij faillissementesfraudeurs
Ook de Haagse curator Marc Udink constateert dat de pakkans voor faillissementsfraudeurs in Nederland nog steeds nagenoeg nihil is. 'Die laatste CBS-cijfers verbazen me niet', zegt hij. 'Er is de afgelopen jaren van alles beloofd, maar van al die politieke voornemens is tot nu toe nauwelijks iets terechtgekomen.'
Udink zou je een hardliner kunnen noemen. Zo'n curator die altijd doorbijt. ˜Geen enkele boedel is leeg', zegt hij. 'Je moet hem als curator alleen vaak zelf vol maken. En dat doe je dus door achter die mensen aan te gaan, beslag te leggen en te zorgen dat er geld terugkomt. Wanneer je ze een beetje pijn doet, komt er vaak heel veel terug.'
Het dossier faillissementsfraude wordt al jaren als een hete aardappel door Den Haag geschoven. Medio jaren negentig kreeg toenmalig minister Jorritsma al Kamervragen van de PvdA over transportbedrijven die sjoemelden met faillissementen. In 2004 stelde SP-Kamerlid Jan de Wit twee keer Kamervragen over faillissementsfraude, aan minister van Justitie Donner. ˜In een kwart van de faillissementen was destijds sprake van fraude', meldde De Wit later in deze krant. 'In 10 procent van die zaken werd aangifte gedaan en in slechts 2,5 procent kwam het tot vervolging. Het zijn alarmerende percentages en daarin is de afgelopen jaren zeker geen verbetering gekomen. Er is eenvoudigweg niets aan gebeurd.'
Vijf jaar later stond De Wit met nagenoeg hetzelfde vragenlijstje weer aan het bureau van een justitieminister, nu Ernst Hirsch Ballin. Die schrijft als antwoord: 'Er wordt geen specifieke capaciteit toegekend aan de bestrijding van faillissementsfraude.'
En dus kwam SP-Kamerlid Arda Gerkens er vorig jaar nog maar eens op terug. Nu weer bij minister Donner. Die kwam met een plan van aanpak, en een beroepsverbod voor sjoemelende bestuurders. 'Die zijn in de praktijk nauwelijks opgelegd', zegt Bloemheuvel. 'Bovendien komen beroepsfraudeurs er gewoon mee weg door katvangers in te schakelen.
En dus stond er vorig jaar maar weer eens een andere SP'er (Tweede Kamerlid Sharon Gesthuizen) aan het bureau van weer een andere Minister van Justitie (Ivo Opstelten) met het faillissementsfraudedossier.
Samen met medewerker Michiel van Nispen schreef ze een notitie over faillissementsfraude met daarin acht voorstellen. 'Daarop schreef Opstelten acht pagina's terug', zegt Van Nispen. 'En daarover is volgende week een debat.'
Mores
Gesthuizen erkent dat er in het verleden 'van alles beloofd werd, maar geen klap veranderde'. Waarom het haar dan nu wel gaat lukken? Zelf meent dat ze de tijd mee heeft. 'Er wordt nu toch wel anders tegen witteboordencriminelen aangekeken. Voorheen werd er altijd een beetje laks tegen opgetreden, het is immers geen moord of doodslag. Maar het denken over de mores bij zakenlieden is aan het veranderen.'